Mijn dochter en haar gebroken been

Ze wilde niet staan. En als we haar hielpen met staan wilde ze haar linkerbeen niet belasten. Ze wilde niet lopen, en juist op het kunnen lopen is ze zo trots. We zijn fantastische geholpen door huisarts, ziekenhuispersoneel en begeleidsters van het kinderdagcentrum.

We gingen naar de huisarts. Parkeren kon voor de deur met de gehandicaptenparkeerkaart. Met haar rolstoel pakten we eerst de minilift om een meter omhoog te komen. De apothekersassistente kwam uit de apotheek gerend, zij had bij haar oude kinderdagverblijf gewerkt. Ze had mijn achtjarige dochter zien aankomen en was benieuwd hoe het met haar ging. Ik vertelde dat ze functioneert op het niveau van een kind van anderhalf, dat ze gebaren had geleerd en zelfs tegen de verwachting had leren lopen. Nu wilde ze alleen niet staan of lopen. We stapten in de lift naar de eerste verdieping in het medisch centrum, via de spiegel keken we elkaar aan. vormenstoof, de ronde gaat het besteWe wachtten in de wachtkamer. Ze speelde met het kralending en ze was geconcentreerd de vormen in de vormenstoof aan het stoppen. De ronde kan ze het beste. De huisarts keek, voelde, zette druk en zij liet het toe. Ze lachte erbij. Ze wilde nog steeds niet staan en op haar kont schuivend met haar linkerbeen opgetild bewoog ze zich voort. Met een machtige zwaai van haar been stootte ze bijna het porseleinen kunstwerk van de sokkel.

We werden doorverwezen naar het ziekenhuis om een foto te maken. Er moesten foto’s worden gemaakt van haar heup, bovenbeen, knie, onderbeen en voet. De verwijzingsbrief voor de afdeling radiologie deed ik in mijn binnenzak en we gingen op pad. Parkeren bij het ziekenhuis op de gehandicaptenparkeerplaatsen was iets lastiger, de dichtstbijzijnde plaatsen waren bezet. Op het parkeerterrein was er nog wel plek. We volgende route 52 naar de afdeling radiologie. De verwijzingsbrief gaf ik af aan de mevrouw achter de balie. Of ik een ponskaartje had voor mijn dochter, wilde ze weten. Die had ik niet. Alhoewel we vaak in ziekenhuizen komen, waren we nog nooit in het ziekenhuis in onze huidige woonplaats geweest. “Geen ponskaartje, geen behandeling. Dat zijn de regels.” werd me uitgelegd.

Ik liep terug richting de ingang en zag voordat ik de hoek omging dat ik een nummertje moest trekken. Nummer 37. Ze waren net bezig met nummer 28. Dat duurde nog even. Een voor een werd iedereen geholpen. Wij waren aan de beurt bij de ponskaartenbalie. Natuurlijk had ik geen verzekeringspapieren bij me en ook geen identiteitskaart. Die heeft mijn dochter niet eens. “Jullie kunnen toch in haar dossier kijken. Er is toestemming om gegevens te delen voor haar. Dat is in haar geval wel nodig.”
-“Misschien wel, maar ik moet toch haar ID en verzekeringspasje zien.”
Ik gaf haar het verzekeringsnummer. Dat is namelijk hetzelfde nummer als ik heb, maar dan met een ander volgnummer. Ze tikte het in en keek heel ingewikkeld naar het computerscherm. Door haar bril, over haar bril heen. Ze zweeg ondertussen heel hard. Ik zweeg mee. Mijn dochter maakte feest. Ze gebaarde hoera, hoera, hoera. Ze had het hier wel naar haar zin. We kregen de ponskaart en liepen terug naar radiologie. “Ik dacht dat u weer naar huis was gegaan, of was het heel druk?”
-“Nee, het was eigenlijk best rustig,” antwoordde ik. Ze ging mijn dochter aanmelden en we mochten plaatsnemen in de wachtruimte.

Op de gang kwamen veel deuren uit. Tegenover de deuren stonden rijen met stoelen. De gang was de wachtruimte. De deuren waren genummerd. Er waren per kamer vier deuren, dan konden vier patiënten zich tegelijkertijd om kleden en konden ze zo achterelkaar röntgenfoto’s maken. Een fabriek was het. Wij wachtten. Ik zong tien keer in de manenschijn voor haar met bijbehorende gebaren en zij deed dapper mee met en je raadt het niet. Ik gaf haar de appel uit de tas die ze volgens de planning op het kinderdagcentrum zou opeten. We zaten aan het eind van de gang en de combinatie vader met dochter in een rolstoel die liedjes zingen met gebaren erbij was het entertainment voor de rest van de wachtenden. Ik zong ook nog visje visje in het water, en mijn dochter draaide haar op elkaar gevouwen handen keurig naar binnen op het juiste moment: draai je om.

Aan het begin van de gang ging een deur open. De laborant kwam naar ons toe en vroeg of er minder foto’s gemaakt konden worden. Het is nogal een bulk straling die wordt afgevuurd op haar been. Helaas konden we het aantal niet verminderen. De deuren werden opengedaan en met mijn dochter in de rolstoel reed ik naar binnen. Al het metaal moest weg en haar schoen ging uit. Ze mocht liggen op de tafel en besloot om gelijk ondersteboven te liggen. Ik draaide haar de goede kant op en kreeg een loodschort aan. Nu was ik beschermd tegen de straling, denk ik. Eerst werd de heup gefotografeerd, vervolgens werd er naar beneden gewerkt. Haar voet werd van verschillende kanten op de foto gezet.
De foto’s waren goed gelukt en de laborant ging overleggen met de radioloog. We mochten wachten in de röntgenkamer. Even later mochten we toch op de gang wachten, want de wachtruimte stroomde vol. Er moest productie worden gedraaid.

Neem gratis mee, tijdschriftenrekMijn dochter lachte hard. Met haar rolstoel blokkeerde ze een groot deel van de gang. Iedereen die langsliep moest een rij maken. Dat betekende dat mijn dochter haar hand uit kon steken om om high fives te vragen. Haar lach en uitgestoken hand zorgde van een score van 23 op 24 high fives van langslopende mensen. De enige die het niet deed was de medewerker die met twee koffers in haar handen voorbijliep. Ze lachte wel naar mijn dochter.
Uit de eerste kamer kwam nu een andere laborant. “Gebroken,” zei ze discreet tegen alle aanwezigen op de gang. “Komen jullie maar mee, we gaan naar de spoedeisende hulp.” Bij de spoedeisende hulp mochten we wachten in de wachtkamer. Op het tijdschriftenrek zonder tijdschriften hing een briefje neem gratis mee. Ik had geen tijdschriftenrek nodig en besloot het te laten staan. We hebben een eeuwigheid gewacht en net als in elke dokterswachtkamer was hier een kralending. Dat zijn ijzerdraadjes op een plank met kralen eromheen. Als achtbanen worden die vormgegeven en de kralen kunnen van de ene naar de andere kant worden bewogen. Mijn dochter vindt dat geweldig. Vooral de blauwe draad was leuk.

We werden geroepen en er werden veel vragen gesteld. Hoe het kwam, wat er precies was, hoe lang het al duurde. Het beantwoorden mocht heel langzaam want de computer was ook traag. Er werden tien letters ingetypt, er gebeurde niets, er gebeurde nog steeds niets en ineens verscheen er een rij van tien letters op het scherm. De foto’s had ik nog niet gezien. Na volledig in kaart te hebben gebracht wat er aan de hand was mocht ik meelopen naar kamer zes. Mijn dochter zat nog steeds keurig in haar rolstoel.
Kamer zes was niet meer dan een paar wankele muurtjes in een u-vorm met een gordijn dat dit kon afsluiten. Er stond een bed en daarop lag een papieren laken. Het papier was aan de achterkant voorzien van plastic. De arts[assistent chirurgie kwam langs en vroeg naar wat er aan de hand was. Ze wilde graag zelf voelen en ze pakte zonder aankondiging de linkervoet van mijn dochter vast, mijn dochter reageerde met een slag met vlakke hand op haar wang. Haar handafdruk zou de komende dagen op de wang van de arts-assistent staan. Ze zei dat het niet erg was, ik hield nu even de handen van mijn dochter vast. Ze ging weer weg om te overleggen wat voor gips er om haar been moest.

Mijn dochter klom uit haar rolstoel op het bed. Het papieren laken moest een sneeuwbui worden. Dit doet ze door er kleine stukjes van te scheuren en deze snippers omhoog te gooien. Ze schaterde het uit. Het personeel dat langsliep stopte even om te kijken waarom er zoveel plezier werd gemaakt. De snippers werden ook naar het personeel gegooid. De arts-assistent kwam terug. Het was inmiddels twaalf uur geworden en mijn dochter begon honger te krijgen. Loopgips was nodig en het moest drie weken blijven zitten. Er liep iemand mee naar de gipskamer.

schoen losmakenIn de gipskamer zag de gipsmeester gelijk dat het haar linkerbeen was. Mijn dochter hield die gestrekt voor zich uit. Ze mocht gaan zitten of liggen op het bed. Haar been werd op een verhoging gelegd en het gipsen begon. Ze keek of het goed ging en ging dan weer liggen. Ze probeerde er met haar handen aan te zitten en vervolgens met haar voeten het weg te duwen. Net op tijd werden deze pogingen verijdeld. Het gips kon in een mooi kleurtje worden aangebracht. We kozen roze. Het uitdrogen was weer even wachten. Bewegen kon niet, of kon eigenlijk wel, maar mocht niet. Het roze gips zat erom en ze kreeg nog een gipsschoen. Met twee klittebandjes zat die vast. Binnen twintig seconden had ze deze schoen weer uitgetrokken, gewoon omdat ze dat kan.

Been in het gipsMet haar roze gips gingen we naar de uitgang, we kochten een uitrijmunt (zonder kwitantie) en gingen naar het kinderdagcentrum. In de auto ging ze achterover liggen en viel ze bijna in slaap. Ik tilde haar uit de auto, zij keek naar haar roze voet en hief theatraal haar handen op: “Wat is dit?”.
Bij het kinderdagcentrum keek iedereen verbaasd naar haar roze been. Dit had ze gisteren toch nog niet? Op woensdag eten ze op haar groep ’s middags warm. Voor mijn dochter werd het eten opgewarmd en even later kon ze aan tafel. Ik trok mijn jas aan om weer te gaan en het persbericht te schrijven dat eigenlijk voor 12.00 uur verstuurd had moeten worden. Op dat moment kreeg een groepsgenoot een toeval en ging alle aandacht naar haar. 112 werd gebeld en ik trok mijn jas weer uit om dochter eten te geven. De ambulancebroeders waren er snel. Mijn dochter at ondertussen door.

Na het eten ging ze lekker spelen. Drie weken lang mag ze niet in de zandbak en niet zwemmen. Daar is ze het zelf niet mee eens. Ze is namelijk heel goed in zwemmen en zandbakken. Thuis ging ik gauw aan de slag om het persbericht alsnog te versturen en de deadline iets op te rekken. Er werd nog gebeld door het kinderdagcentrum om te vragen hoe het met mij ging. In alle hectiek had ze daar niet aan gedacht.

Medewerkers in zorg zijn fantastisch. Ik ben weer diep onder de indruk van deze kundige, hulpvaardige en buitengewoon geweldige medewerkers.
Mijn dochter probeert nu weer te staan op haar roze voet.

 

Mijn dochter en haar gebroken been

via
Mijn dochter en haar gebroken been

Advertenties

Over Marijn Krijger

Marijn Krijger is marketeer, blogger en webautochtoon. Specialist in: Strategie, Online marketing, CRM, Content en Analytics.
Dit bericht werd geplaatst in Via MarijnKrijger.nl en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Mijn dochter en haar gebroken been

  1. Pussycat44 zegt:

    Een heel verhaal, zeg. Maar eind goed, al goed. Sterkte voor de patient (en vader)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s